zaterdag 23 september 2017

Kookmateriaal voor in de dapur (keuken)

De weduwe van Indië wordt den Haag genoemd. Deze bijnaam verwierf de stad omdat er na 1950 veel Indische Nederlanders in Den Haag kwamen wonen. Met deze stroom immigranten kwam ook de Indonesische keuken mee naar den Haag en de stad telt een groot aantal Indische restaurants. Hier ontstond de liefde voor Indisch eten bij veel mensen. Indisch eten is een aan de Europeanen aangepaste versie van de traditionele Indonesische keuken.

De Indonesische en /of Indische keuken is in alle opzichten een bewerkelijke keuken. Hoewel het eten op zich een belangrijke plaats inneemt, net zoals elders in de Aziatische cultuur, is men veel en lang met het eten bezig door de bewerkelijkheid van het bereiden van de gerechten. De oorzaak hiervan is, onder andere, het gebruik van verse kruiden en specerijen, die met behulp van de cobek (=vijzel) (spreek uit: tjobek) en de oelek-oelek (=stamper) fijngewreven worden tot een soort pasta, de bumbu (spreek uit: boemboe). De bumbu is een basisbereiding voor een gerecht. Wanneer er verschillende gerechten met verschillende bumbus gemaakt moeten worden, dan laat het zich raden dat dit veel tijd kost. 

Gebruik maken van moderne hulpmiddelen als een keukenmachine zijn qua tijd een oplossing maar geven niet altijd dezelfde smaakdimensie. Dit komt doordat bij het gebruik van de cobek en de oelek-oelek, de oliën vrijkomen die voor de smaakdimensie zorgen. Bij het gebruik van de keukenmachine is dit niet in alle gevallen mogelijk, afhankelijk van structuur en consistentie van het te malen product. Maar wij westerlingen hebben en gunnen onszelf vaak niet de tijd om ambachtelijk te koken.

Een ander element wat vaak wordt gebruikt in de Indonesische keuken, is de rijststomer. In de Indonesische keuken wordt, in tegenstelling tot de westerse keuken, rijst niet alleen gekookt, maar ook gestoomd. De rijst kan daardoor niet aanbranden, maar je moet wel uitkijken dat deze niet droog kookt doordat het water snel verdampt.

Net als in China de wok, wordt ook in Indonesië gebruik gemaakt van een halfronde pan, de wadjan. In tegenstelling echter tot de wok, die van plaatstaal is gemaakt, bestaat de wadjan vaak uit gietijzer. De wok is door het gebruikte dunnere materiaal eerder geschikt om te roerbakken, het op hoog vuur in korte tijd gaar maken van gerechten. De wadjan daarentegen is meer gemaakt om gerechten langere tijd te laten stoven, zoals bijvoorbeeld, daging semur. Het gietijzer houdt de warmte ook langer vast. Ten opzichte van de Chinese keuken wordt in de Indonesische keuken, haast niet roergebakken. Bij het gebruik van een originele wadjan (of een wok) dient men wel een ring te gebruiken op het fornuis omdat anders de wadjan niet te gebruiken is. De ronde vorm garandeert immers dat het vuur zich rondom de wadjan verspreidt voor een gelijkmatige verwarming. 

De wadjans en woks met een platte bodem zijn een westerse aanpassing aan onze fornuizen. Bij het gebruik van een wadjan hoort ook het gebruik van een sodet, een platte lepel met en lang dun handvat om het omscheppen te vergemakkelijken.

Ook een veel gebruikt keukengerei is een houtskoolbarbecue, een langwerpige smalle bak met rooster waarop de bekende satés geroosterd worden. Het gebruik van houtskool geeft de meest originele smaak aan de saté.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reacties: